Nieuwe Omzendbrief GSVH: wat verandert er voor jouw residentiële omgevingsvergunning?

 

Minister Brouns publiceerde recent de Omzendbrief OMG/2025/02 – Hemelwater, met concrete richtlijnen voor de toepassing van de Gewestelijke Stedenbouwkundige Hemelwaterverordening (GSVH) bij residentiële omgevingsvergunningsaanvragen. Deze omzendbrief moet meer duidelijkheid, uniformiteit en werkbaarheid brengen – iets waar bouwheren, ontwerpers, aannemers én vergunningverleners al lang op wachten.

Waarom was een nieuwe omzendbrief nodig?

De huidige GSVH (in werking sinds 2023) wordt in de praktijk vaak te strikt en te weinig flexibel toegepast, waardoor vergunningstrajecten vertragen of vastlopen. Hoewel de verordening uitzonderingen toelaat, worden die amper benut door:

  • Onzekerheid bij aanvragers
  • Uiteenlopende interpretaties bij lokale besturen
  • Vrees voor betwistingen
  • Soms strenger optreden zonder juridische basis

De omzendbrief moet vergunningverleners meer houvast geven bij het beoordelen van uitzonderingsaanvragen, vooral bij residentiële projecten. Zo moet de toepassing van de verordening uniformer, pragmatischer en meer gebiedsgericht worden.

Wat is het doel van de omzendbrief?

De Vlaamse overheid wil helder aangeven wanneer uitzonderingen op de verordening mogelijk en verantwoord zijn, zonder het basisprincipe uit het oog te verliezen: hemelwater maximaal ter plaatse houden.

De omzendbrief:

  • Verduidelijkt hoe vergunningverleners met uitzonderingen moeten omgaan;
  • Benadrukt de nood aan proportionele en lokale benadering;
  • Voorkomt dat onnodige bijkomende informatie wordt geëist;
  • Maakt duidelijk dat strenger optreden enkel kan bij gemotiveerde lokale waterproblematiek.

Belangrijk: voldoen aan de verordening of aan afwijkingen blijft geen absoluut recht op vergunning – de watertoets en andere beoordelingscriteria blijven gelden.

Hoe moeten vergunningverleners omgaan met uitzonderingen?

Mag een overheid strenger zijn dan de Vlaamse verordening?

Ja, maar alleen wanneer dit gebiedsgericht en gemotiveerd is. Strenger optreden in individuele dossiers kan enkel wanneer er sprake is van een concrete lokale waterproblematiek.
 

Wat wordt van jou als aanvrager verwacht?

Uitzonderingen moeten via een gemotiveerd verzoek worden aangevraagd.
Wanneer een vergunningverlener zo’n uitzondering weigert, moet die beslissing eveneens gemotiveerd worden.
 

Wanneer kan ondergrondse infiltratie toch?

Hoewel bovengrondse infiltratie de voorkeur blijft, is ondergrondse infiltratie mogelijk wanneer de aanvrager aantoont dat dit onvermijdbaar is omwille van:

  • Technische redenen
  • Juridische redenen
  • Efficiënt ruimtegebruik
  • Plaatsgebrek

Ook infiltratievoorzieningen die met een verwijderbare constructie worden afgedekt, blijven “bovengronds” en kunnen dus een oplossing bieden.

 

Wat met kleine tuinen? Kunnen daar uitzonderingen?

Ja. De omzendbrief erkent expliciet dat infiltratievoorzieningen in kleine tuinen vaak onhaalbaar zijn. Daarom:

  1. Ondergrondse infiltratie kan worden toegestaan bij:
    • Tuinen tot ca. 100 m²
    • Tuinen met een breedte tot ca. 6 m
    • Of tuinen met een beperkte diepte
  2. Bij tuinen tot ca. 100 m² kan ook toegestaan worden dat er géén infiltratie komt, op voorwaarde dat minstens de helft van het horizontaal geprojecteerde dakvlak wordt uitgevoerd als groendak met min. 50 l/m² opslagcapaciteit.
  3. Bij tuinen kleiner dan ca. 50 m² kan de overheid toestaan dat er helemaal geen infiltratievoorziening komt.

Deze uitzonderingen vragen telkens een gemotiveerd verzoek dat rekening houdt met de lokale terreinkenmerken.

Hoe diep moet een infiltratievoorziening zijn?

De standaard maximale diepte blijft 50 cm, tenzij aangetoond kan worden dat de gemiddelde hoogste grondwaterstand dieper zit. Omdat metingen vaak moeilijk uitvoerbaar zijn, mag je voortaan gebruikmaken van DOV-gegevens als je kan aantonen dat je geen proeven kon doen, zoals:

  • de Verkenner freatisch grondwater
  • de kaartlaag Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand (GHG)

Bij grotere projecten (>1000 m² afwaterende oppervlakte) en voorzieningen dieper dan 50 cm, blijven grondwaterpeilmetingen en infiltratieproeven verplicht.

Zijn waterdoorlatende opritten met helling nu wél aanvaardbaar?

Ja, er komt een belangrijke versoepeling.

Waterdoorlatende verhardingen worden voortaan aanvaard tot een hellingspercentage van 5%, op voorwaarde dat de volledige opbouw waterdoorlatend is. Daardoor hoeven ze niet opgenomen te worden in de afwaterende oppervlakte voor de infiltratievoorziening.

Dit maakt het eenvoudiger om woningen toegankelijk, overstromingsvrij en klimaatbestendig te ontwerpen, zonder extra roosters of complexe oplossingen.

Wat met bijkomende technische info?

Vergunningverleners mogen bijkomende informatie opvragen, maar:

  • Alleen wat in het normenboek of in de verordening staat, kan verplicht zijn
  • Ontbrekende bijkomende info mag niet leiden tot onvolledigheid van de aanvraag

Hoewel een uitgebreide technische uitwerking pas in de uitvoeringsfase thuishoort, kan in de vergunningsfase wel een basis technische uitwerking worden gevraagd om een correcte beoordeling van het dossier door de overheid mogelijk te maken.

Wat betekent dit voor jouw projecten?

De omzendbrief geeft eindelijk duidelijkheid en realistische handvatten voor situaties die vandaag veel discussie opleveren. Wil je zeker zijn dat jouw vergunningsaanvraag in lijn ligt met de verordening én de nieuwste richtlijnen? Profex ondersteunt je graag bij het voorbereiden, motiveren en onderbouwen van je dossier.

Contacteer ons