Heb je als private landeigenaar een perceel waarop vroeger een stortplaats of andere risicovolle activiteit aanwezig was? Dan kan het zijn dat je verplicht bent om een oriënterend bodemonderzoek (OBO) te laten uitvoeren.
Wat vandaag een landbouwgrond, weiland of bos is, kan vroeger een stortplaats of andere risico-inrichting zijn geweest. Veel eigenaars zijn zich daar niet van bewust, maar net die historische activiteiten kunnen bepalen of een perceel als risicogrond wordt beschouwd. Omdat Vlaanderen tegen 2036 alle historisch verontreinigde gronden wil saneren of minstens in een saneringstraject wil brengen, worden bijkomende risicogronden onderzocht. Daarom is het belangrijk om te weten wat er vroeger op jouw perceel heeft plaatsgevonden en of er een onderzoeksplicht van toepassing is.
Het Bodemdecreet legt voor bepaalde risicogronden bijkomende onderzoeksmomenten op. Daarbij moet een oriënterend bodemonderzoek worden uitgevoerd en het verslag bij OVAM worden ingediend.
Die verplichting geldt niet voor alle gronden, maar wel voor bepaalde historische risico-inrichtingen. Het gaat onder meer om percelen waar vóór 29 oktober 1995 activiteiten plaatsvonden die onder de categorieën O, A of B vallen, of waar een categorie O-inrichting vandaag nog actief is.
Vermoed je dat er vroeger een stortplaats of andere risico-inrichting op jouw perceel aanwezig was? Dan is het belangrijk om tijdig na te gaan welke activiteiten er precies hebben plaatsgevonden, wanneer ze zijn gestart en of er voor jouw grond een onderzoeksplicht geldt.
Voor sommige risicogronden komt een belangrijke deadline dichterbij. Gaat het om een terrein waarop vroeger uitsluitend een risico-inrichting met kenletter O aanwezig was? Dan moet het verplichte oriënterend bodemonderzoek uiterlijk tegen 31 januari 2027 zijn uitgevoerd.
Voor andere categorieën zijn de wettelijke deadlines inmiddels al verstreken. Daarom is het belangrijk om niet af te wachten, maar tijdig te laten nagaan of jouw perceel onder de onderzoeksplicht valt.
OVAM zal eigenaars van betrokken gronden ook actief aanschrijven.
De deadline van 31 januari 2027 krijgt veel aandacht, maar een oriënterend bodemonderzoek kan ook om andere redenen verplicht zijn. Denk bijvoorbeeld aan de overdracht van een risicogrond, de stopzetting van een risico-inrichting of de periodieke verplichtingen voor bepaalde actieve risico-inrichtingen.
Ga daarom niet alleen na welke deadline van toepassing is, maar ook of er voor jouw perceel vandaag al een onderzoeksplicht bestaat.
Meestal wel. In principe ligt de onderzoeksplicht bij de eigenaar van de risicogrond.
Toch bestaan er uitzonderingen. Voor sommige gronden met een risico-inrichting van categorie O kan de onderzoeksplicht onder bepaalde voorwaarden bij een exploitant liggen. Daarvoor moet wel kunnen worden aangetoond dat die exploitant aanwezig was op het moment dat de algemene onderzoeksplicht in werking trad.
Om te bepalen wie verantwoordelijk is, volstaat het dus niet om alleen naar de huidige eigenaar te kijken. Ook de historische eigendoms- en exploitatiesituatie van het terrein kan daarbij van belang zijn.
Dat is helaas niet altijd met één muisklik te beantwoorden. Om dat te bepalen, moet eerst duidelijk zijn wat er vroeger op het terrein gebeurde. Was er sprake van een stortplaats of andere risico-inrichting? Wanneer startten die activiteiten? En wie is volgens de regelgeving verantwoordelijk voor een eventueel bodemonderzoek?
Omdat die historische informatie vaak verspreid zit over verschillende bronnen, vraagt dit meestal wat opzoekwerk. Een eerste indicatie kun je alvast vinden via www.bodemkwaliteit.be. Daar kun je nagaan of jouw perceel mogelijk als risicogrond geregistreerd staat.
Nee. Niet elke risicogrond valt automatisch onder deze bijkomende onderzoeksplicht.
Of een bodemonderzoek verplicht is, hangt af van verschillende factoren. Zo speelt onder meer mee wanneer de historische activiteit werd opgestart. Voor de bijkomende onderzoeksplicht die hier wordt beschreven, is het belangrijk dat de exploitatie vóór 29 oktober 1995 is gestart. Ook de categorie van de risico-inrichting bepaalt welke regels en deadlines van toepassing zijn.
Daarnaast bestaan er situaties waarin een eigenaar kan worden vrijgesteld van de onderzoeksplicht. Of dat mogelijk is, moet telkens worden beoordeeld op basis van de concrete situatie en de wettelijke voorwaarden.
Het feit dat jouw perceel mogelijk een voormalige stortplaats is, betekent dus niet automatisch dat je een bodemonderzoek moet laten uitvoeren. Het is wel een goede reden om tijdig te laten nagaan welke verplichtingen voor jouw grond van toepassing zijn.
Denk je dat er vroeger een stortplaats of andere risico-inrichting op jouw perceel aanwezig was? Wacht dan niet af. Door tijdig de historiek van je terrein in kaart te brengen, krijg je sneller duidelijkheid over een mogelijke onderzoeksplicht.
Daarbij wordt nagegaan welke activiteiten er vroeger plaatsvonden, wanneer ze zijn opgestart, onder welke categorie ze vallen en wie verantwoordelijk is voor een eventueel bodemonderzoek. Indien nodig kan vervolgens een oriënterend bodemonderzoek worden uitgevoerd en het verslag bij OVAM worden ingediend. Zo weet je tijdig welke verdere stappen eventueel nog nodig zijn.
Ook al lijkt 31 januari 2027 nog eventjes weg, een bodemonderzoek vraagt tijd. Eerst moet worden uitgezocht wat er vroeger op het terrein gebeurde, daarna volgt het onderzoek zelf en de rapportering aan OVAM.
Bovendien kan een oriënterend bodemonderzoek aantonen dat bijkomend onderzoek of een sanering nodig is. Wie pas op het laatste moment in actie schiet, riskeert daardoor tijd te kort te komen.
Door nu al duidelijkheid te creëren over de historiek van je perceel, weet je sneller waar je staat en welke stappen eventueel nodig zijn. Dat geeft niet alleen meer zekerheid, maar voorkomt ook onaangename verrassingen later.
Profex helpt je om duidelijkheid te krijgen over de historiek van je terrein en kan nagaan of jouw perceel als risicogrond wordt beschouwd. We onderzoeken welke activiteiten er vroeger plaatsvonden, welke regelgeving van toepassing is en of er een onderzoeksplicht geldt. Indien nodig voeren we het oriënterend bodemonderzoek uit, maken we het dossier op voor OVAM en begeleiden we je bij eventuele vervolgstappen.
Hoe vroeger je zicht hebt op de historiek van je perceel, hoe sneller duidelijk wordt of er een onderzoeksplicht geldt en welke stappen eventueel nodig zijn. Dat geeft niet alleen meer zekerheid, maar voorkomt ook verrassingen op een later moment.
Heb je een perceel waarop vroeger mogelijk een stortplaats of andere risico-inrichting aanwezig was? Dan helpt Profex je graag om de historische situatie in kaart te brengen en te bepalen welke acties nodig zijn.
Grenst jouw terrein aan een gracht, beek, kanaal of vijver? Dan kan ook de waterbodem een rol spelen binnen een oriënterend bodemonderzoek. Met een goede voorbereiding en de juiste expertise verloopt het traject vlot en zonder verrassingen.
OVAM laat bodemdossiers waarin asbestverontreiniging door afdruipzones voorkomt opnieuw beoordelen door erkende bodemsaneringsdeskundigen. Dit vervangt het oorspronkelijke plan om “verdere maatregelen” automatisch om te zetten naar “geen verdere maatregelen”, omdat OVAM dit zonder gedetailleerde terrein- en risicokennis zou doen
Bij verkoop, schenking of andere transacties komt vaak de verplichting tot een bodemattest of oriënterend bodemonderzoek kijken. Maar niet elke overdracht valt onder het Bodemdecreet – er zijn ook uitzonderingen. Benieuwd wat dit voor jouw situatie betekent?