In Vlaanderen is ruimte schaars. Daarom kregen heel wat gronden met een industrieel of economisch verleden een nieuwe bestemming, zoals woongebied, landbouwgrond of kleinhandel.
Die historische activiteiten, zoals voormalige stortplaatsen, fabrieksterreinen of oude garagewerkplaatsen, maken van zulke percelen risicogronden. Ze kunnen mogelijk verontreinigd zijn, ook al is die verontreiniging niet door de huidige eigenaar veroorzaakt. Precies daarom organiseert de OVAM sinds enkele jaren siteonderzoeken.
De OVAM vindt duurzaam bodembeheer essentieel voor een gezonde en kwaliteitsvolle leefomgeving. Daarom selecteert ze sinds 2017 jaarlijks een aantal gemeenten waar risicogronden in eigendom van particulieren worden onderzocht en, indien nodig, gesaneerd. Dit gebeurt op initiatief en op kosten van de OVAM.
De geselecteerde percelen:
De OVAM bundelt meerdere van deze gronden binnen één gemeente in één gezamenlijk onderzoek. Dat geheel noemt men een site. Het bijhorende bodemonderzoek heet een siteonderzoek.
De OVAM voerde al siteonderzoeken uit, of is er momenteel mee bezig in alle Vlaamse provincies:
Per provincie bestaat er een overzicht van de sites die in het kader van het Bodemdecreet onderzocht werden of nog in onderzoek zijn.
Dankzij dit besluit:
Na afronding van het onderzoek ontvang je als eigenaar een bodemattest met duidelijke informatie over de mogelijke bodemverontreiniging.
Een overdracht van een grond binnen een site is mogelijk, zolang er geen andere risico-activiteiten zijn uitgevoerd dan de historische activiteiten waarvoor het sitebesluit werd opgesteld.
Waren er later toch bijkomende risico-activiteiten? Dan moet de overdrager alsnog zelf een oriënterend bodemonderzoek laten uitvoeren voor die activiteiten.
Bij elke overdracht is een bodemattest verplicht. Is de grond opgenomen in een site, dan wordt het sitebesluit vermeld op het bodemattest.
De bruikbaarheid van een bodemattest kan nagegaan worden via specifieke OVAM-tools, afhankelijk van het type eigendom (klassiek perceel of privatieve kavel in mede-eigendom).
Wanneer uit het siteonderzoek blijkt dat bodemsanering noodzakelijk is, zal de OVAM deze uitvoeren, op voorwaarde dat bevestigd wordt dat de betrokken eigenaars niet saneringsplichtig zijn.
De sanering start met een bodemsaneringsproject, waarin wordt vastgelegd hoe en op welke manier de saneringswerken zullen gebeuren. Pas daarna starten de effectieve werken op het terrein.
Wat betekent dit concreet voor jou?
Ben je eigenaar van een grond met een historisch risicoverleden? Dan kan een siteonderzoek een grote geruststelling zijn. De OVAM neemt het onderzoek en eventuele sanering op zich, terwijl jij als eigenaar duidelijkheid krijgt over de bodemkwaliteit, zonder extra kosten of verplichtingen.
OVAM laat bodemdossiers waarin asbestverontreiniging door afdruipzones voorkomt opnieuw beoordelen door erkende bodemsaneringsdeskundigen. Dit vervangt het oorspronkelijke plan om “verdere maatregelen” automatisch om te zetten naar “geen verdere maatregelen”, omdat OVAM dit zonder gedetailleerde terrein- en risicokennis zou doen
Bij verkoop, schenking of andere transacties komt vaak de verplichting tot een bodemattest of oriënterend bodemonderzoek kijken. Maar niet elke overdracht valt onder het Bodemdecreet – er zijn ook uitzonderingen. Benieuwd wat dit voor jouw situatie betekent?
Sinds 9 juli geldt een strenger kader voor loodverontreiniging: zodra een concentratie 80% of meer van de bodemsaneringsnorm bedraagt, moet je een beschrijvend bodemonderzoek uitvoeren. Dat geldt zowel bij nieuwe en historische verontreinigingen als bij de herevaluatie van oudere onderzoeken.